Kinderfysiotherapie

Kinderfysiotherapie Ospel Nederweert Leveroy

De kinderfysiotherapeut onderscheidt zich van de algemeen fysiotherapeut door de specifieke kennis van kindgerelateerde aandoeningen en door kennis van de invloed van groei en ontwikkeling. Na de opleiding fysiotherapie heeft de kinderfysiotherapeut zich gespecialiseerd in het observeren, onderzoeken en behandelen van kinderen.

Waarom gaat een kind naar de kinderfysiotherapeut?

Iedereen heeft in zijn kinderjaren leren bewegen. Spelenderwijs ontwikkelen kinderen hun zintuigen en motoriek. Motoriek is voor kinderen het middel om zichzelf en zijn omgeving te leren kennen. Meestal gaat dat goed en bijna ongemerkt. Maar bij sommige kinderen duurt het langer of wijkt de ontwikkeling af van wat gebruikelijk is. Een (ver)storing in de motorische of sensorische ontwikkeling kan zijn weerslag hebben op andere facetten van de ontwikkeling, zoals het sociaal en/of psychisch functioneren. Problemen in het bewegend functioneren kunnen een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld van het kind en daarom is het tijdig signaleren, diagnostiseren en behandelen van motorische en/of zintuiglijke ontwikkelingsstoornissen is dus van groot belang.

Wat doet de kinderfysiotherapeut?

Wanneer het kind is doorverwezen naar de kinderfysiotherapeut vindt een intake plaats om duidelijkheid te krijgen over de hulpvraag en gaat de kinderfysiotherapeut het kind observeren en onderzoeken om een zo compleet mogelijk beeld van de motorische mogelijkheden en het motorische niveau van het kind te krijgen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van observatielijsten en gestandaardiseerde tests.

Samenwerking

De kinderfysiotherapeut houdt rekening met leeftijd, aandoening, ontwikkelingsfase en omgevingsfactoren, die het bewegingsgedrag beïnvloeden. Om een zo compleet mogelijk beeld van de motorische vaardigheden te krijgen, wordt vaak informatie ingewonnen bij ouders, school, verwijzer en eventueel andere bij het kind betrokkenen. De kinderfysiotherapeut bespreekt de bevindingen van de observatie en het onderzoek met de ouders/verzorgers en eventueel met de verwijzer en stelt zonodig een behandelplan op, waar binnen de behandeldoelen en evaluatiemomenten in onderling overleg worden aangegeven.

Over de uitkomst van het onderzoek en het verloop van de eventuele behandeling wordt schriftelijk verslag uitgebracht aan de verwijzer. De kinderfysiotherapeut betrekt de ouders/verzorgers en medeopvoeders, indien gewenst, zodanig bij de behandeling dat zij inzicht krijgen in de problematiek van het kind. Hierdoor hebben zij meer mogelijkheden het kind in het dagelijks functioneren te begeleiden. 

Samenwerking met ouders
Om iets te leren is één keer in de week oefenen te weinig. Om iets te leren moet er veelal dagelijks geoefend worden. De ouders zullen daarom zelf regelmatig moeten oefenen met het kind. De kinderfysiotherapeut helpt hierbij. De ouders krijgen uitleg en oefentips en samen worden de oefeningen “geoefend”.

Samenwerking met andere disciplines
Problemen in de ontwikkeling van het bewegend functioneren bij kinderen staan vaak niet op zichzelf. Veelal zijn er problemen op meerdere terreinen, zoals op het gebied van de cognitieve-, spraak/taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling. Zo nodig zal de kinderfysiotherapeut, met toestemming van de ouders/verzorgers, contact opnemen met eventuele andere behandelaars of begeleiders, zoals huisarts, kinderarts, orthopedagoog, ergotherapeut, logopedist, leerkracht en onderwijsondersteunende instanties om de begeleiding zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.

Wie komen er bij een kinderfysiotherapeut?

Indicaties bij baby's
Motoriek is voor zuigelingen het middel om zichzelf en zijn omgeving te leren kennen. Een (ver)storing in de motorische of sensorische ontwikkeling kan zijn weerslag hebben op andere facetten van de ontwikkeling, zoals het sociaal en/of psychisch functioneren. Tijdig signaleren, diagnostiseren en behandelen van motorische en/of zintuiglijke ontwikkelingsstoornissen is dus van groot belang. Bij zuigelingen zijn er signalen die kunnen wijzen op motorische problemen. Bijvoorbeeld:

  • Voorkeurshouding
  • Passiviteit
  • Lage spierspanning
  • Weinig kracht
  • Overstrekken
  • Onrust
  • Asymmetrie
  • Moeite met houdingsveranderingen
  • Eenzijdig bewegen

Ook chronische aandoeningen aan de luchtwegen of veel huilen kunnen een aanwijzing zijn dat er iets aan de hand is. In veel gevallen zullen de artsen van het consultatiebureau of de huisarts een rol spelen bij het signaleren van dergelijke problemen. Vaak geldt: hoe eerder het kind behandeld wordt door een kinderfysiotherapeut, hoe geringer de verstoring van de ontwikkeling van het kind is. Voorbeelden van indicaties bij baby´s en peuters:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Aangeboren afwijkingen die de motorische ontwikkeling beïnvloeden
  • Asymmetrische zuigeling, voorkeurshouding, plagiocefalie ofwel afplatting van het hoofd
  • Huilbaby
  • Billenschuiver
  • Cerebrale parese (hersenletsel die opgetreden is voor/tijdens of na de geboorte)
  • Spina bifida (open ruggetje)
  • Pre- en/of dysmatuur kind (te vroeg geboren kind/ te klein kind)

Indicaties bij jonge kinderen (4-6 jaar)
Jonge kinderen die een verkeerde houding of motoriek aanleren, kunnen daar veel last van hebben. Lichamelijk maar ook sociaal. Doordat ze bijvoorbeeld moeite hebben met spelen op het schoolplein of in de gymles niet mee kunnen komen met leeftijdsgenootjes. Bij elke leeftijd horen bepaalde motorische vaardigheden die je onder de knie moet krijgen. Het is soms gewoon nodig dat je daarbij wat hulp krijgt. Een kind dat ten gevolge van een ziekte of handicap in zijn bewegen beperkt is, kan leren omgaan met zijn beperkte mogelijkheden en leren op een aangepast manier optimaal te bewegen. Voorbeelden van indicaties bij het jonge kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Afwijkend looppatroon
  • Mentale retardatie 
  • Cerebrale parese (hersenletsel die opgetreden is voor/tijdens of na de geboorte)
  • Lage of hoge spierspanning (hypotonie / hypertonie)
  • Sensorische integratie problematiek
  • Orthopedische afwijkingen
  • Aangeboren afwijkingen die de motoriek beïnvloeden
  • Ademhalingsproblematiek( bijv. astma, cystic fibrosis)
  • Jeugdreuma

Indicaties bij oudere kinderen (6-18 jaar)
Oudere kinderen kunnen motorisch onhandig zijn of houterig bewegen, vaak hun evenwicht verliezen en veel uit hun handen laten vallen. Ook kan een kind angstig zijn om te bewegen, of een slechte of slappe lichaamshouding hebben. Een kind kan veel moeite hebben met stilzitten, met schrijven of het tempo van de klas bijbenen. Soms maakt het kind veel bijbewegingen of lijkt het achter in zijn motorische ontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenoten. Kortom, bewegingsproblemen kunnen veel invloed hebben op het welbevinden van en kind en het functioneren in een groep. Voorbeelden van indicaties bij het oudere kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • DCD, Developmental Coordination Disorder
  • Mentale retardatie
  • Cerebrale parese (hersenletsel die opgetreden is voor/tijdens of na de geboorte)
  • Hersenletsel t.g.v. een ongeluk
  • Sensomotorische problemen
  • Sensorische integratie problematiek
  • Schrijfproblemen
  • Houdingsproblemen
  • Ademhalingsproblematiek (bijv. astma, cystic fibrosis, hyperventilatie)
  • ADHD en pervasieve ontwikkelingsstoornissen
  • Jeugdreuma
  • Incontinentie
  • Orthopedische afwijkingen (bijv. afwijkende stand van de voeten, wervelkolom, enkeldystorsie, herstel na gipsperiode/immobilisatie, pijn aan spieren en gewrichten)

Hoe kom je terecht bij de kinderfysiotherapeut?

Een kinderfysiotherapeut is sinds 1 januari 2006 direct toegankelijk, dat wil zeggen zonder verplichte tussenkomst van de huisarts. Leerkrachten bijvoorbeeld, kunnen dus direct naar ons doorverwijzen. Door middel van een screening wordt bepaald of dit kind nader kinderfysiotherapeutisch onderzocht moet worden of dat dit probleem liever aan de huisarts voorgelegd dient te worden.

Tags: specialisaties, diensten, kinderfysiotherapie